20240421 afgraving blog 1

Kalm vaarwater

‘Ook na die zes weken moet je rustig aan doen, anders zie ik je binnen no time weer terug’ aldus de gynaecoloog bij het laatste consult voor de operatie. Ik beloofde dat ik mij koest zou houden en na de voorgeschreven herstelperiode langzaam zou opbouwen.

Nu is het precies zes weken sinds de operatie. Officieel mag ik weer alles! Oh nee, toch niet… niet alles tegelijk. Rustig opbouwen.

Kabbelen

De eerste dagen na de operatie was ik een voorbeeldige patiënt. Ik lag de hele dag op de bank, boekje erbij, puzzeltje maken, dommelen, muziek luisteren. En als ik wat nodig had, dan appte ik mijn kinderen op hun kamer om voor hun lieve moedertje te zorgen. Ik liet mij graag bedienen. Ondertussen probeerde ik het wandelen op te pakken, startend met het lopen naar een prullenbak in het speeltuintje naast mijn huis. Joepie, 4 minuten gehaald! Toen de pijn na een week wegzakte en mijn gulle donaties aan de paracetamolfabrikant stagneerden, vergrootte ik mijn actieradius. Ik liep (lees: schuifelde) naar de super en kon een paar kleine, lichte boodschappen doen. Zo vorderde ik elke dag een beetje. Een half uurtje staan op een feestje was een hoogtepunt; even er uit, andere mensen zien dan de caissières en mijn roulerende groepje bezoekende koffiedrinkers. Serieus, als er niet zoveel kan en mag, ga je de kleine zaken waarderen. Mijn leven kabbelde voort.

Hoe het gaat

Ik kon verder en verder wandelen, zolang ik maar naar mijn lijf bleef luisteren en gebruik maakte van de bankjes onderweg voor een 10 minuten rustpauze (of langer). Koffie drinken in de stad was een volgende mijlpijl. Daarna: voor het eerst weer op de fiets, tjonge, als echte Hollandse kon ik bijna janken van geluk. Ik zei het al, het zijn de kleine dingen.

Maar hoe fitter ik mij voelde, met nog een paar weken tot volledig herstel op de kalender, hoe somberder het er in mijn hoofd aan toe ging. Fysiek ging het opperbest, ook al waren er nog beperkingen. Mijn mentale gemoedstoestand was er slechter aan toe. Ik voelde mij verdrinken in een zee van tijd, zakkend naar de diepte. Het gevoel van niets doen, niets betekenen voor mijzelf of een ander, en daardoor niets waard zijn beukte op mij in als de woeste golven op de kust. Hoewel ik een paar maanden geleden het avontuur van niet weten wat de toekomst brengt als leuk en spannend beschouwde, kon ik nu niet indenken dat het ook leuk en spannend zou worden. De korte ontmoetingen met anderen, tijdens mijn koffieafspraakjes in de stad, waren piepkleine lichtpuntjes waar ik van opleefde, om daarna, thuis, weer volledig in die kolkende massa te wentelen die niet meer op mij in beukte, maar mij geheel omhulde en meesleurde. Ik kon alleen maar huilen. Rationeel kon ik het prima plaatsen, en mijzelf toespreken dat alles relatief en tijdelijk is, maar het voelde gewoon rot. Is het echt een momentopname van een leegte, die straks weer gevuld wordt als ik werk heb, als ik weer (meer) zingeving heb? Is het iets hormonaals, ik behoor immers tot de perimenopauze doelgroep? Is het iets van langere tijd? Tranen bleven komen.

Met betraand gezicht stond ik een paar dagen geleden aan de balie van de Bever, mijn wandelschoenen waren lek, na slechts 4 maanden na aankoop, en ik was benieuwd of de Bever iets voor mij kon betekenen. ‘Dit…’ wijzend op mijn tranen,’… ligt niet aan jou of de schoenen,’ probeerde ik de medewerker enigszins gerust te stellen. Hij bleef gelukkig stoïcijns zijn werk doen.

Alle dagen druk

Tijdens mijn volgende vlucht uit huis, een thee-bezoekje, duwde mijn vriend het boek ‘Het verstrooide brein’ in mijn handen. We hadden het al jaren geleden over ADHD gehad en of we ons officieel lieten diagnosticeren. Hij deed het wel. Ik niet.

‘Maar als iemand met ADD echt iets wil, bestaan geduld en uitstelgedrag helemaal niet. Dat moet hij het gewoon doen, krijgen, hebben, ervaren, en wel meteen.’ Gabor Maté (1999)

En dat, dat is precies waar ik al mijn hele leven tegen aanloop. Verplicht niets doen is leuk voor even, maar daarna moet ik weer bezig zijn. Als dat dan niet NU kan (in dit geval door voorgeschreven rust), ontstaat er kortsluiting. Ik kan mij er moeilijk bij neerleggen, er mee zijn, dat ik moet wachten. Ik probeer dat ‘moeten wachten’ om te denken, maar op een gegeven moment stopt het daar. In een fit lijf zou ik mijn frustratie botvieren op een stootzak, of mij ontladen door een duik in de rivier of een flink stuk wandelen. Als die uitlaatklep ontbreekt – door de operatie, of voorheen vaak vanwege sportblessures – dan begint het knagen, het uitvreten van mijn ziel zoals roest langzaam de wielkasten van een auto aantast. Daar moet je op tijd bij zijn. Voor mij helpt het om met mijn dierbaren er over te praten. Net als bij het bewegen van mijn lijf, moeten die gedachten er uit. Ik mag mij gelukkig prijzen dat ik een fijn vangnet heb waar ik terecht kan en mij gehoord voel.

Ik kwam een klant van mijn voormalige bakkerij tegen. Ze raadde mij aan, uit eigen ervaring met twee burn-outs, om vooral de tijd te nemen met de overgang van het hectische ondernemersbestaan in de bakkerij naar een nieuw hoofdstuk. Dan zou er vanzelf iets op mijn pad komen. Ik moest vertrouwen hebben. ‘Ja, maar…. nog meer tijd nemen?’ schoot er door mijn hoofd.

Nogmaals: ik weet dat deze sombere periodes tijdelijk zijn, en dat het in geen verhouding staat met een depressie, maar als ik er middenin zit, is die realisatie ver weggestopt. Dan voelt het niet als tijdelijk.

Kalmer vaarwater

Hier bevind ik mij nu.

Een afspraak om te praten met iemand staat in de agenda (dat alleen al, een blaadje in de agenda met daarop een afspraak!). Even dingen op een rijtje zetten, een richting voor de komende tijd vinden. En ik mag, volgens het protocol van het ziekenhuis, weer zwemmen. Dat is dan ook precies wat ik ga doen! Niet verdrinken, maar drijven in het water en de golven omarmen. Genieten van dat wat kan en wat is.

Laat een reactie achter